Wouter Vroegindeweij bewijst zich terechte kampioen

Nadat Wouter Vroegindeweij in de voorlaatste ronde zijn kampioenschap veilig gesteld had, mocht hij in de laatste ronde schaken tegen broer Maarten. Deze laatste maakt nog kans op plek twee. Beide broers speelden een bekende opening, broer Maarten had een nieuwtje in de opening. Na de opening kreeg Wouter toch het beter van het spel, vooral toen Maarten een pion offerde voor beter spel. Het gehoopte voordeel viel tegen, hierdoor bleef wit een gezonde pion voorstaan. Langdurig knokken leverde weinig op en iets na middernacht moest Maarten capituleren. De andere partij in de kampoenspoule ging tussen Hugo van Elteren en Gerard van Ommeren. Beide spelers werden in eerdere jaren meerdere keren kampioen. Het nu gemiste kampioenschap kon hen niet meer inspireren. Na een gelijkopgaande opening werd remise besloten.
In de tweede poule werd het kampioenschap in een anticlimax beslecht. Dick Bac, de grootste kanshebber, kreeg de punten cadeau omdat zijn tegenstander niet kwam opdagen. Andere kanshebbers waren Marcel de Haan en Martijn Vroegindeweij. Marcel speelde tegen Henk Doornhein een open partij. Hoewel Henk kansen leek te krijgen, was Marcel toch de sterkste. Diverse dreigingen waren te veel voor Henk, helemaal toen hij dameverlies over het hoofd zag. Martijn speelde met zwart tegen Hans Geerling. Hans kiest vaak opportunistisch voor de aanval. Martijn liet zich verrassen door deze aanval en verloor een toren. Martijn bleef kansen zien en ging daarvoor. Een mooie aanval dwong Hans het materiaal voordeel terug te geven. Sterker nog, Martijn leek te winst te gaan pakken. In een spannende tijdnoodfase pakte Hans toch een half punt, gezien het verloop van de hele partij, waarschijnlijk een terechte uitslag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.